amp template

© Copyright 2020 Piek - All Rights Reserved

Nooit meer

Het beeld dat de spiegel weergaf klopte niet. Mijn gezicht wel: dat was niet veranderd. Het
was de achtergrond die me volledig onbekend voorkwam. Geen enkele herkenning. Ik weet
niet wat ik wel had willen zien maar wat daar nu was, dat hoorde daar niet, kende ik niet.
Ik stond zo dicht op de spiegel als mijn ogen het toelieten zonder in te leveren op scherpte.
Het focussen kostte me toch moeite. Alles bewoog.
Op dat moment drong ook de geur mijn neus en bewustzijn binnen. Onmiskenbaar bevond ik
me in een toilet. Een openbaar toilet?
Een deja-vu overviel me. En daarmee ook een gevoel van spijt. Vreemd genoeg kwam de
spijt voor dat ik wist waar ik was en hoe ik daar gekomen was.
Eerder die avond of eigenlijk de vorige middag was er het plan te gaan eten met vrienden. Of
bekenden. Eerst een glas wijn in een leuke kroeg. Nog een glas. De details ontbreken maar het
gaat altijd hetzelfde. Ik ken het verhaal. Na een glas of wat is de honger weg. Maar de dorst
blijft. De dorst naar drank. Het geheugen gaat uit. Alles wat ik verder weet, zal van horen
zeggen zijn. Ik sla niets meer op. Ik drink. Overtuig mensen mee te gaan naar een ander café.
Als het niet de vrienden van het begin van de avond zijn, maak ik nieuwe. Ik drink en drink.
Ik hoef er niet eens meer voor te slikken: ik giet het zo naar binnen.
Als ik geluk heb, vind ik mezelf op een gegeven moment voor een spiegel terwijl ik diep in
mijn ogen kijk en geen idee heb waar ik ben. Als ik pech heb, word ik wakker. In mijn eigen
bed of dat van een ander. Als ik wakker word, voel ik het al. Ik lig stil en ben nog een beetje
gelukkig ook. Onwetendheid in combinatie met drank doet dat. Ik beweeg, til mijn hoofd op
of open alleen nog maar mijn ogen. Op dat moment slaat de misselijkheid toe. Misselijkheid
van het allerergste soort in de allerergste mate. Van mijn hoofd naar mijn maag naar mijn oren
naar de gal. Die vreselijke toestand is op dat moment de enige aanwijzing dat er de avond
ervoor iets is gebeurd. Het kotsen kan 24 uur aanhouden. Aangezien ik niks gegeten heb, heb
ik ook niks te kotsen. Gal en gal. Dat is het. Een brekende hoofdpijn. Vreselijke nadorst maar
drinken is onmogelijk. De vieste smaak die bestaat in mijn mond. Het lijkt erop dat het nooit
meer over gaat. Ik wil dood.
Ik keek in de spiegel en begreep langzaam wat ik zag en waarom. Ik had het eerder gezien. In
een trein. In een bar in een klein Frans dorp. In een plaatselijke kroeg. In een club. En ik wist
dat ontsnappen onmogelijk was. Onontkoombaar. Ik moest gaan. Naar huis.
Ik moest wakker blijven zodat ik nooit wakker hoefde te worden, morgen. Ik zou nooit, nooit
meer drinken.
Het was een geweldige avond.