create your own web page for free

© Copyright 2020 Piek - All Rights Reserved

Man

Hij liep langs en viel me direct op.
Gespierde armen, een tatoeage die net onder zijn strakke korte mouw uitkwam. Zijn spijkerbroek zat mooi om zijn kont en strak in zijn kruis. Dat hij op slippers liep, vergaf ik hem direct.
Hij ging naast me zitten. Staarde ook naar de zee. Ik was gespannen, me volledig bewust van zijn aanwezigheid en hij hing onderuitgezakt op zijn kauwgom te kauwen alsof ik niet bestond.
Toch begon hij tegen me te praten. Of misschien wel tegen zichzelf.
Hoe groot de zee wel niet was. Hoeveel geheimen de zee voor ons heeft. Dat we de ruimte willen verkennen terwijl we onze eigen planeet niet eens bevatten en meer van die clichés. Omdat hij knap was, vergaf ik het hem. Ik veinsde bewondering voor zijn diepgang en vroeg me af waarom ik me in godsnaam zo zwak en meegaand opstelde.
De clichés bleven elkaar opvolgen. Over mannelijke jagers en over de drang om te onderwerpen. Over de horizon die nooit dichterbij komt.
En ik bleef doen alsof het me imponeerde. Ik vroeg me af of hij begreep dat ik met hem naar bed wilde of dat hij oprecht dacht dat hij wat interessants te melden had.
Ik nam hem mee naar huis. Naakt was hij nog steeds erg mooi. Zijn huid was stevig en glad. Zijn spieren hard en ook zacht. Zijn grote handen omsloten mijn taille bijna helemaal. Ik voelde me veilig en kwetsbaar op hetzelfde moment.
De volgende ochtend werd ik wakker van zijn stiekeme vertrek. Ik besloot te doen alsof ik sliep. Ik had geen behoefte aan afscheid. Hij zou vandaag vertrekken om zichzelf te vinden en dat cliché was er één teveel.
Vaarwel.